Presentator Renze Klamer ziet Laat op Vrijdag als een speeltuin

Renze Klamer ervaart Laat op Vrijdag, de talkshow die hij vanaf vrijdagnacht presenteert, als een speeltuin. In gesprek met NU.nl noemt hij het zelf “een programma waarvan de kijker met een glimlach naar bed moet gaan”.

De dertigjarige Klamer voelt zich bevoorrecht dat hij aan het programma mee mag werken. “De opdracht vanuit de NPO was simpelweg: maak iets origineels wat nog niet op de publieke omroep te zien is en wat niet met de actualiteit te maken heeft, en maak daar zes afleveringen van. Dat vind ik heerlijk. Wie wil er nou niet aan een programma werken waarbij je eigenlijk gewoon een carte blanche krijgt?”

BNNVARA noemt het format van Laat op Vrijdag “on-Nederlands, met een knipoog naar Britse en Amerikaanse shows als The Graham Norton Show en The Late Late Show with James Corden”. Maar die vergelijking maakt Klamer zelf liever niet. “Ik wil de lat voor mezelf niet zo hoog leggen. Bovendien wil ik niet reproduceren wat iemand anders al maakt, maar zoeken naar een format waarbij mijn gasten goed tot hun recht komen en wat bij mij past.”

“Aan de andere kant is het – doodeng is een groot woord – ook heel erg spannend. In het verleden hield ik mij meer bezig met nieuwsgerelateerde dingen. Dan staat heel erg vast wat er van je verwacht wordt.”

Geen diehard journalist
Toch heeft Klamer, die eerder te zien was als presentator van Na Het Nieuws, zichzelf nooit als ‘diehard journalist’ bestempeld. “Je hebt mensen als Sven Kockelmann, of Tijs van den Brink, dat vind ik echt ‘journalisten-journalisten’. Ik heb het in mijn uitzendingen, of dat nou radio of televisie is, altijd al leuk gevonden om wat meer op de sfeer in te zetten en te zorgen dat er ook gelachen kan worden. Maar het heeft nog nooit zo centraal gestaan als in Laat op Vrijdag.”

In het programma, waarvan elke aflevering ongeveer vijfendertig minuten duurt, schuiven elke week twee hoofdgasten aan. “Zij zitten daar omdat we ze leuke mensen vinden, die leuke verhalen te vertellen hebben. Het moet een beetje aanvoelen als een gesprek dat je voert in een kroeg of café.”

‘Er moet iets gebeuren tussen de gasten’
De eerste aflevering van Laat op Vrijdag draait om presentatoren Fidan Ekiz en Splinter Chabot. “Zij kennen elkaar ook van vroeger. Fidan heeft gewerkt als redacteur bij Pauw en Witteman, waar Splinter dan weer kwam omdat zijn vader (dichter Bart Chabot, red.) daar weleens te gast was.”

Omdat het programma staat of valt met de dynamiek tussen de gasten, moeten ze op de een of andere manier iets met elkaar te maken hebben. “Ze hoeven elkaar niet per se geweldig te vinden, maar er moet wel een link zijn”, legt Klamer uit. “Dat ze uit dezelfde regio komen bijvoorbeeld, of elkaar op een bijzondere manier aanvullen. Er moet iets gebeuren tussen die twee.”

Overstap naar BNNVARA
Voordat Klamer twee jaar geleden de overstap maakte naar BNNVARA werkte hij bij de EO, waar hij onder meer de EO-Jongerendag presenteerde. Toch voelt de overstap naar BNNVARA heel natuurlijk. “Ik noem mezelf nog steeds christen, maar ik neem er iets meer afstand van. Het is fijn dat het religieuze stempeltje er een beetje af gaat en dat niet alles wat ik maak met geloof te maken moet hebben.”

Laat op Vrijdag wordt vanaf 7 februari zes weken lang elke vrijdagnacht om 00.15 uitgezonden op NPO1 en wordt opgenomen in Desmet Studio’s in Amsterdam.

UITZENDING BIJWONEN, KLIK HIER!

met dank aan Aline Bleeker nu.nl 2020